Groningenatletiek kent sinds een paar jaar de traditie om in de even jaren er een marathon op de atletiekbaan te organiseren. De oneven jaren waren nog leeg, maar op vrijdag 17 september staat de eerste editie van de Martini TIEN op het programma. 10 kilometer, 25 rondjes, zo hard mogelijk over de atletiekbaan lopen.

2.5 jaar geleden liep ik mijn laatste 10km bij de klap tot klaploop in 42.31, dat was nu ook de streeftijd om zo met het vorderen van de leeftijd toch de fysieke aftakeling voor te blijven. Met een 20.10 op de 5km enkele weken geleden heb ik de tijd bijgesteld; een sub 42 moet ook mogelijk zijn.

Er wordt gestart in twee groepen, om 18.30 25 lopers met een verwachtte eindtijd onder de 45 minuten, en om 19.30 een groep met ongeveer 25 lopers die dat niet verwachten. Samen met de vrouw en kinderen gaan we naar het stadspark. Ook voor hun wel eens leuk, een loop die niet meerdere uren duurt en ook nog in zijn geheel te aanschouwen is.

We zijn er rond 18.00, ik haal mijn startnummer op, bevestig de chip aan mijn rechterschoen, rek wat los en dribbel met enkele korte intervallen een rondje warm. Nog 10 minuten tot de start, de muziek staat aan, de stadionspeaker is er klaar voor, het rondenbord met tussentijden staat ook klaar. Om de rondentijden te kunnen zien is wel fijn, want ervaring leert dat op een atletiekbaan het horloge de kilometertijden iets te positief weergeeft. Ik moet rondetijden lopen van 1.40, dan kom ik op 42 minuten uit.

Het liedje ‘born te run’ klinkt uit de speakers als we aftellen, dan het startschot. Het is even positie zoeken maar die is snel gevonden. Gelijk hoog tempo, dat ben ik niet gewend als vooral recreatieve duurloper. De eerste ronde gaat in 1.35, die seconden heb ik maar vast. Ik zie dat ik de aansluiting met een groepje mis, maar het is bijna windstil dus dat is geen probleem. Er volgen rondjes van rond de 1.38, het groepje voor mij dunt ook snel uit maar met het scorebord als wakend oog gaat het prima. De kinderen moedigen mij fanatiek aan, zelfs als ik aan de andere kant van de baan ben hoor ik ze nog schreeuwen.

De 5km gaat in ongeveer 20.20, maar tien seconden boven de stadspark run van laatst, ook al valt qua parcours de lopen absoluut niet met elkaar te vergelijken. De tweede helft begint, de rondes gaan ondertussen in de 1.40, dat is ‘goed te doen’, hou mijn ademhaling onder controle en de benen verzuren nog niet. Achteraf, had ik nog 20 seconden sneller gewild, dan had ik mogelijk hier meer moeten afzien.

Nog 5 rondjes zegt het scorebord, dat betekent 6 voor mij want de koploper heeft mij tot nu toe 1 rondje gelapt. Ik besluit dat ik echt nog wel wat dieper kan gaan, en zet nog een keer aan en kom terug in de 1.38, dat voorkomt niet om voor de tweede keer gelapt te worden, maar dit helpt ook om even enkele stappen aan te haken en tempo te maken. De een na laatste ronde gaat in 1.35, ik kom ook steeds dichterbij de man die voor mij loopt, met een slotronde van 1.31 eindig ik 4 seconden achter hem, maar wel in een tijd van 40.51. Superblij, sneller dan 2.5 jaar geleden. Ik klets nog met een paar mensen na, en dan fietsen we met zijn allen terug naar huis, de lichtjes aan want het wordt al schemerig.

Categories:

Tags:

One response

  1. Mooi poëtisch geschreven! Ja die Klap-tot-klap loop is een klassieker. Op naar de volgende Klap-tot-klap loop…in een tijd van onder de 40 min?
    PS had je de bochten niet wat strakker kunnen nemen?

Leave a Reply

Your email address will not be published.